“Hoe gaat het met je bedrijfje?” Een vraag die ik nogal eens kreeg toen ik net was gestart als ondernemer.
“Hartstikke goed, hoe gaat het met jouw baantje?” Gaf ik als antwoord.

Huh?! Verbaasde blik, vreemde vraag zeg!
Nou inderdaad.

Ik krijg letterlijk kriebel in mijn oor als ik het woord “bedrijfje” hoor. Laatst hoorde ik een ondernemer zelf zeggen dat ze een “bedrijfje” heeft. Ik hoor en lees het helaas veel vaker. Stop ermee! Onmiddellijk! Een bedrijfje bestaat namelijk niet.

Toen ik 8 jaar was speelde ik “bedrijfje” of “winkeltje”. Nu ben ik ondernemer, ik sta ingeschreven bij de KVK en betaal ieder kwartaal mijn BTW. De belastingdienst vind dat ik een bedrijf heb. Ik vind dat ik een bedrijf heb.


Kies voor krachtig taalgebruik
De vraag over hoe het gaat met mijn “bedrijfje” krijg ik inmiddels niet meer zo vaak. Dat komt vooral omdat ik zelf groot praat over mijn bedrijf en ondernemerschap.

Niet te verwarren met arrogantie. Gebruik je de juiste woorden, tone-of-voice én heb je de juiste intentie, dan is het geen interessant-doenerij of gebakken lucht verkopen. Voor de grap zei ik wel eens, dat ik druk bezig ben met de opbouw van mijn Multinational, met een vette knipoog erbij. Mijn broer vraagt me nog iedere keer weer hoeveel vestigingen ik nu weer uit de grond heb gestampt. Gekkigheid natuurlijk!

Maar laten we eerlijk zijn. Als ik mijzelf als ondernemer en mijn bedrijf niet serieus neem, hoe gaan mijn (potentiële) klanten dat dan wel doen? Hoe je over jezelf praat en de woorden die je gebruikt hebben grote invloed op jouw uitstraling. Zowel online als offline.

Waardeloze pitch
Geloof me, ik weet hoe het is om een waardeloze pitch neer te zetten. Bij mijn eerste netwerkbijeenkomst jaren geleden hoorde ik mezelf letterlijk zeggen: “Goede vraag, weet ik zelf eigenlijk ook niet…” als antwoord op de vraag “En, wat doe jij Anneloes?”

Ja echt…ik begon als VA en deed van alles en nog wat, totaal geen focus. Zeer uiteenlopende opdrachten, ontzettend leuk. En in combinatie met weinig zelfvertrouwen een slechte basis voor een sterke pitch. Met een paar grappen ontsnapte ik wel weer uit deze benarde situatie en vertelde vervolgens over mijn werk. Maar echt krachtig en zelfverzekerd kwam ik niet over.

Doe je het dan alleen maar voor de buitenwereld? Nee zeker niet, de manier waarop je over jezelf praat (en denkt) heeft invloed op je zelfvertrouwen. Dat is nog veel belangrijker. Sterk taalgebruik helpt mijzelf om groot te blijven denken en te durven dromen. Ik ben altijd bezig met navigeren naar die stip op de horizon. Nieuwe businessplannen, nieuwe samenwerkingen en een team met specialisten om mij heen bouwen. Dat lukt me alleen wanneer ik groot durf te denken en dat ook zo naar buiten uitdraag. De juiste mensen haken daar op aan en nieuwe deuren gaan open.

Ik geef je een aantal tips over hoe jij jouw taalgebruik aan kunt passen zodat jouw boodschap veel krachtiger overkomt.

Gebruik de juiste woorden.
7 Tips:

  1. Gebruik geen verkleinwoorden. Bedrijfje, klantjes, takenlijstjes, factuurtjes. Niet doen!
  2. Stop met passief taalgebruik. Zoals: Ik zal, ik ga, ik zou moeten. Maak jouw zinnen juist actief.
    Voorbeeld:
    Passief: ik zal je zo even mijn visitekaartje geven/ ik zal je van de week even bellen
    Actief: Ik geef je mijn visitekaartje/ ik bel je morgen, vanaf hoelaat ben jij bereikbaar?
    Zie je wat er gebeurt? Actief taalgebruik zet jou ook meteen aan tot actie.
  3. Vermijd conditioneel taalgebruik. Wanneer…dan ga ik. Als ik dat of dat heb gedaan dan zal ik…
    Dit komt niet krachtig over en grote kans dat het je ook lekker in je comfortzone houdt.
  4. Kort en bondig. Gebruik liever punten dan komma’s. Te lange zinnen en wollig taalgebruik zwakken je boodschap juist af.
  5. Wees helder. Het is geweldig als je anderen weet te boeien en te triggeren om na jouw pitch door te vragen. Je kunt er ook in doorslaan waardoor de ander juist afhaakt en niet meer doorvraagt.
  6. Ja-maar. Het woord “maar” kun je bewust gebruiken om de zin die je ervoor hebt gebruikt af te zwakken en er een sterker punt tegenover te zetten. Meestal heeft “maar” een negatieve klank, vermijd het dus zoveel mogelijk. Je kunt “maar” vaak eenvoudig vervangen door “en”.
  7. Gebruik de ik-vorm. Wanneer je het over jezelf hebt, spreek of schrijf dan altijd in de Ik-vorm. Klinkt logisch, maar er zijn te veel mensen die dan juist de jij-vorm vorm gebruiken omdat het wellicht te persoonlijk wordt. Voorbeeld: Ja uhh…je denkt wel eens…wie zit er nou op je te wachten.
    Klinkt raar toch? Het is juist veel krachtiger als je je én kwetsbaar op durft te stellen en het dichtbij jezelf houdt.


Ik kan me voorstellen dat je het lastig vindt om bovenstaande tips toe te passen als dat nog niet helemaal natuurlijk voor je voelt. Ik help je hier graag bij. Samen zoeken we naar jouw tone-of-voice zodat jij jouw boodschap krachtig kunt neerzetten en op een manier die bij jou past. Heb je interesse, neem dan contact met me op.